• home
  • Artikelen
  • Uit het dagelijks leven van een niet alledaagse uitvaartondernemer

Uit het dagelijks leven van een niet alledaagse uitvaartondernemer

Livestro Uitvaartzorg uit Voorthuizen is een eigentijdse uitvaartonderneming waar de wensen van de nabestaanden centraal staan. In plaats van te vertellen hoe het zou moeten, vragen de mensen van Livestro Uitvaartzorg jou hoe je het zou wíllen. Want zij vinden dat iedereen een persoonlijk afscheid verdient. Immanuel Livestro, uitvaartbegeleider en samen met zijn vrouw Marjolein eigenaar van de uitvaartonderneming, vertelt in dit artikel wat hem beweegt om dit beroep uit te oefenen en wat het geloof in God en Jezus Christus voor hem betekent in dit werk en in het dagelijks leven.

“Ze laten alle maskers vallen en je leert ze echt goed kennen”


uitvaart


Immanuel is een bevlogen man, wat direct bij aanvang van het interview blijkt als ik hem zeg dat ik de foto op de homepage van de website zo mooi vind. Immanuel loopt daar vooraan een rouwstoet met achter hem een prachtige oude Rolls-Royce met daarin de overledene en daarachter nog twee mooie exemplaren van hetzelfde merk, gevolgd door een lange rij motoren. Immanuel: “Ja! Dat is een bijzondere foto. Die man had een zaak in Engelse motoronderdelen en was een motorfanaat, maar ook nog eens een fanaat qua Engelse auto´s en motoren. Dat ging zover dat andere merken, lees landen, auto´s en motoren zijn erf niet op mochten komen. Om die reden vond de familie dat zijn laatste rit absoluut in een Engelse wagen moest plaatsvinden. Drie Rolls-en en honderd motoren erachter en daar achteraan kwam nog eens de gewone stoet. Het was ook een leuke uitvaart! Er kwamen zo’n vijfhonderdvijftig mensen en de rouwdienst zou eigenlijk plaatsvinden in een kerkje in Barneveld, maar de dominee had het heel druk en zei tegen me: ‘Ik kan wel een collega inschakelen, maar ik ben er eigenlijk voor dat jij de overdenking en alles zelf gaat doen.’ Dus ik had de kerk tot mijn beschikking. Vanuit die kerk zijn we met ruim vijfhonderd man in een lange stoet naar de begraafplaats van Voorthuizen gegaan, om vervolgens na de begrafenis met al die mensen in een restaurant te eindigen voor een borrel met allemaal lekkere hapjes. Iedereen ging mee. Dat was indrukwekkend!... hoe al die mensen bleven.”

De toon is gezet voor een lang artikel met diverse mooie verhalen uit het dagelijks leven van een niet alledaagse uitvaartondernemer. En Immanuel windt er geen doekjes om, want als ik opmerk dat het mij ontzettend dankbaar werk lijkt en het volgens mij hartstikke mooi is dat je iets kunt betekenen voor de nabestaanden, antwoordt hij: “Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant is dat je soms ook helemaal leeg bent en dat je dan denkt: ‘Pfff, ik kap ermee!’ Je zit namelijk altijd tussen de ellende en net zoals je dankbare families hebt, ben je voor sommige families het pispaaltje, omdat die mensen zich afreageren op jou. Ik heb een keer een uitvaart gehad met een dochter waar ik niets goed bij kon doen. De familie zei: ‘Immanuel, neem haar maar niet zo serieus.’, maar je loopt wel een week lang met ze mee. Op een gegeven moment wilde ze zelf de kist sluiten waar ik niet bij mocht zijn en ik mocht zelfs geen instructies geven. Even later komt ze in paniek naar buiten gerend, omdat de schroeven uit de kist staken. Verschrikkelijk! Na die week was ik echt blij dat het achter de rug was. Vier weken later kwam ik bij de weduwe voor een nagesprek, zat die dochter er weer. Ik dacht: “Nee hè!’, maar tot mijn verbazing zei ze me dat ze door haar familie gestuurd was en dat ze haar excuses wilde aanbieden. Ik zei: ‘Dat vind ik hartstikke netjes van je; dat waardeer ik.’ Ze zei: ‘Was ik echt zo moeilijk?’, waarop ik antwoordde: ‘Wil je het echt weten? Ik heb lichtelijk overwogen om je met pa mee te begraven.’ Toen was het ijs weer gebroken. Maar dat soort dingen maak je dus ook mee. Mensen zitten wel in hun pijn en verdriet en soms is het de partner waar ze zich op uitleven en soms is het de uitvaartbegeleider, omdat die toch heel dichtbij komt.

Dat zo’n negatieve situatie zich weer ombuigt naar het positieve, wijdt Immanuel onder andere aan zijn manier van omgaan met mensen: “Ze kennen mij. Je komt heel dichtbij; ze laten alle maskers vallen en je leert ze echt goed kennen. Ik blijf vaak ook een vertrouwenspersoon van die mensen. En dat is echt heel bijzonder! Soms bellen ze je voor van alles en nog wat. Zo belde een weduwe me een keer op: ‘Immanuel, ik ben het wachtwoord van mijn iPad kwijt, in de winkel snappen ze me niet en ik zie het helemaal niet meer zitten.’ Dus ik naar haar toe en dan denk ik: ‘Het hoort niet echt bij mijn vak.’, maar je hebt dan toch weer contact met de mensen en dat vind ik mooi.”
Het hoort volgens hem bij de drive die je als uitvaartbegeleider hebt om tot het laatst alles tot in de puntjes goed te doen. Zo vertelt hij van een weekend waarin hij met zijn vrouw en kinderen onderweg was naar zijn schoonouders in België. Terwijl ze ter hoogte van Antwerpen reden, werd hij gebeld door een man van wie de moeder overleden was en voor wie hij drie weken eerder de uitvaart had gedaan van zijn schoonmoeder. “Ik heb wel een vervanger”, aldus Immanuel: “maar dan kijken Marjolein en ik elkaar aan, kindertjes achterin… op weg naar opa en oma en dan zegt ze toch: ‘Keer je kar!’, want ze weet gewoon dat ze dat weekend niets meer aan me heeft, omdat mijn hart dan bij die familie is. Zo word ik soms op de verjaardagen van mijn kinderen weggepiept en heb ik al drie keer een zomervakantie verzet, omdat ik vond dat ik er bij bepaalde overledenen zelf bij moest zijn.  Daar moet je partner wel in mee kunnen gaan; daar betaal je samen een prijs voor. Maar aan de andere kant is het inderdaad heel dankbaar werk. Ik denk dat het je roeping moet zijn.”

“Daarna is het in mijn beleving net een fabriek”


Foto 2


Op mijn vraag waar tegenwoordig meer voor gekozen wordt: begraven of cremeren, antwoordt Immanuel: “Landelijke cijfers wijzen uit dat zo’n zestig procent van de mensen voor cremeren kiest, al zien we toch ook wel de tendens van natuur begraven erbij komen. De keuze voor een crematie heeft onder andere te maken met het feit dat steeds meer mensen hun kinderen niet willen opschepen met de jaarlijkse kosten van een graf. In mijn ogen is een natuurbegraafplaats dan een mooi alternatief, want dan heb je een graf wat je niet hoeft te onderhouden, maar wat wel altijd blijft bestaan.”

Qua zijn geloof heeft hij geen voorkeur voor begraven of cremeren: “Hoewel Jezus Zelf begraven is, en je dat als voorbeeld op zou kunnen vatten, staat er nergens in de bijbel dat we ons niet mogen laten cremeren. Maar je kunt wél lezen dat bij Jezus’ terugkomst de aarde en de zee hun doden zullen teruggeven, maar ook het vuur. Dus in mijn ogen kun je niet stellen dat cremeren van God niet mag. Het was wel zo dat de heidense volken hun overledenen verbrandden, waarop de kerk destijds zoiets had van ‘Wij moeten niet zo zijn als de wereld, dus wij doen dat niet.’ Volgens mij komt het daar vandaan dat diverse christenen denken dat cremeren niet ok is. Ik heb zelf wel mijn voorkeur voor begraven, maar dat heeft niets met het geloof te maken, maar alles met het proces. Het is mijn overtuiging dat je waardig en met respect met een overledene moet omgaan en een graf heeft waarde en hoort daar dus bij. Als iemand gecremeerd wordt, ga ik zelf ook mee tot aan de oven, omdat ik tot het allerlaatste moment de eer wil bewijzen. Want daarna wordt er een verwerkingsproces opgestart en is het in mijn beleving net een fabriek. Iemand wordt verbrand en daarna uit de oven geschraapt. Er staan kliko’s waar kunstheupen, gebitsprotheses en schroeven en metalen platen et cetera ingaan en dan blijft er een restant over wat nog eens vermalen wordt en dan in een pot gaat. Dat gaat met mij dus niet gebeuren!”

Immanuel is wars van (voor-)oordelen


Foto 3


Omdat hij ook veel voorregelingen, c.q. voorbesprekingen, doet en op die manier in een korte tijd voor iemands overlijden een hele hechte band met die persoon opbouwt, is hij voor zijn gevoel constant bezig met afscheid nemen en vindt hij in die gevallen de uitvaart vaak best heftig. Meestal gaat het dan om mensen die ernstig ziek zijn en die het advies hebben gekregen om alvast contact met hem op te nemen. Hoewel hij dat aan de ene kant best pittig vindt, ervaart hij het ook juist als iets moois aan zijn vak. “Het is waardevol dat ik dan nog met de persoon zelf en de toekomstige nabestaanden kan spreken.”, aldus Immanuel: “Niet alleen omdat je samen de uitvaart heel goed kunt regelen, maar juist ook omdat je dan vaak in hele diepe gesprekken komt. Het komt voor dat ze mij in zo’n gesprek dingen vertellen die ze nog nooit aan hun partner verteld hebben. Of er komt een muziekstuk op tafel waarbij de hele boel breekt en iedereen in tranen uitbarst.”
Omdat we allemaal ten diepste bang zijn voor de dood, of we nu geloven of niet, ervaart hij dat mensen in zulke situaties vaak op hun kwetsbaarst zijn. Immanuel: “Ik had laatst een meneer die heel zwaar kerkelijk opgevoed was; en dan maak je die doodstrijd mee: ‘Ik ben zondig. Zal ik wel gered worden?’ Dat is verschrikkelijk!”

In zulke situaties probeert hij, als de mensen ervoor openstaan, ze duidelijk te maken dat een mens enkel en alleen rechtvaardig is door het geloof en niet door z’n daden. Maar als ze daar niet ontvankelijk voor zijn, kan hij niet meer dan bidden. Maar hij maakt daarin wel hele mooie dingen mee en geeft een voorbeeld daarvan: “Ik werd een keer gebeld door de dochter van een man, die een jaar daarvoor gecremeerd was, met de mededeling dat haar moeder nu ook kanker had, niet lang meer te leven had en graag afscheid van me wilde nemen. Dus ik erheen, en eigenlijk niet eens om alles te regelen, maar om die vrouw nog één keer te ontmoeten. Maar ze wilde toch dat ik de uitvaart ging verzorgen, dus met de dochter erbij bespraken we het een en ander en ze wilde, net als haar man, ook een crematie. Toen ik weer zou vertrekken, zei ik tegen haar: ‘Dit is de laatste keer dat we elkaar hier zien hè? Dus ik wil je toch gedag zeggen, maar ik hoop van harte dat we elkaar aan de andere kant weer zullen ontmoeten. Maar geloof je dat ook?’ Ze reageerde in de trant van ‘Tja, er moet wel wat zijn.’ Dus ik ging er zonder een diepe christelijke insteek op door met de opmerking dat er toch meer moet zijn tussen hemel en aarde en zo kwamen we langzaam in gesprek over het geloof en kreeg ik de ruimte om te getuigen. Het raakte haar en ik nam afscheid met de tranen in mijn ogen in de hoop dat ze het zou pakken. Een paar dagen later belde haar dochter me weer op en zei: ‘Ik weet niet wat je hebt gedaan Immanuel, maar mijn moeder heeft de dominee laten komen en die moest haar dopen op bed. Maar omdat hij van de zware kant is, wil hij de uitvaartdienst niet leiden en wil mijn moeder dat jij dat óók doet en dat je dit verhaal gaat vertellen.’ Ze maakte op haar sterfbed alsnog de keuze en ik heb daarin een steentje mogen bijdragen. Dat raakt me dan heel diep!”

Als hij meemaakt dat men niets van het geloof wil weten, gaat hij ze niet als een gelovige begraven en regelt hij in die zin een veel neutralere uitvaart. Hij zegt twee dingen heel belangrijk te vinden bij een uitvaart. Ten eerste moet het passen bij de overledene en ten tweede vindt hij het zijn taak om de nabestaanden op weg te helpen in een goed rouwproces, want die moeten weer verder.

Hij geeft een prachtig voorbeeld van twee totaal tegengestelde uitvaarten die op één dag plaatsvonden: “Ik had ’s morgens een uitvaart van een man die zwaar kerkelijk was; zeg maar de zwaarste kant die we kennen. Uitvaart in stilte, er mocht geen muziek worden gespeeld, geen orgelspel en niet gezongen, er mocht niet worden gesproken en we gingen in stilte naar het graf. Na afloop ging de familie in stilte weg en kreeg ik te horen: ‘Immanuel, je hebt helemaal begrepen hoe het hoort.’ Ik heb die man een uitvaart gegeven die bij hem paste en ik heb nog steeds contact met die familie. Een half uur later moest ik in Barneveld zijn waar in de wijk ruim honderd motoren stonden te brullen. De mensen kwamen uit het hele land: Hells Angels, leden van de Satudarah en de Black Bush waar de overledene zelf lid van was. Het was een jongen die totaal buiten de lijntjes had geleefd en ze wilden een ‘buiten de lijntjes uitvaart’. We begonnen in het clubhuis waar je door de rook de kist met de overledene amper zag staan. Een kleerkast vol tatoeages en piercings zei tegen me: ‘Luister even uitvaartleidertje: we hebben het al geregeld en we gaan het zus en zo doen. Jij hoeft je geen zorgen te maken, want we gaan binnendoor met alle motoren naar het crematorium, zodat niemand last van ons heeft.’ Ik zei: ‘Ho… stop! Jullie vertellen me eerst dat hij altijd buiten de lijntjes heeft geleefd en dan gaan jullie een uitvaart doen als brave burgertjes. Dat klopt niet! We gaan met al die motoren gewoon de snelweg op.’, waarop ze zeiden: ‘Ja… maar dat lukt nooit; die blijven niet bij elkaar.’ Ik zei: ‘Nou, dat vind ik kinderachtig. Jullie gaan me toch niet vertellen dat een paar motoren niet even het verkeer stil kunnen leggen? We zijn een rouwstoet en ik kan het onder politiebegeleiding doen of ik doe het met jullie.’ Ze waren verbaasd dat ik het aandurfde en toen we de snelweg opgingen, reden er twee Hells Angels voorop die twee vrachtwagens stilgezet hebben en zo gingen we met ruim honderd motoren de snelweg op en er ook weer af. Vanuit het crematorium zijn we met z’n allen weer geëindigd in het clubhuis waar ik een grote fles whisky cadeau kreeg, omdat ik een uitvaart had gegeven die precies bij de overledene paste.”

Immanuel pakt in principe elke uitvaart aan en heeft zelfs een Hindoe-uitvaart begeleid, want hij is wars van (voor-)oordelen, maar de mensen weten wél waar hij zelf qua geloof voor staat. Zo heeft hij een keer een uitvaart gedaan voor een alcoholist die zich letterlijk had doodgezopen. De plaatselijke predikant weigerde de uitvaart te leiden, ondanks het feit dat de man zijn hart aan Jezus had gegeven! Immanuel: “Ok, in zijn leven zag je niet direct de vruchten van de Geest, maar die jongen heeft gewoon zwaar geworsteld met zijn alcoholverslaving. Omdat de voorganger niet thuis gaf, was de familie ten einde raad en heb ik het op me genomen. Er waren mensen aanwezig die hem alleen maar kenden van de kroeg en er waren mensen die hem ook heel anders kenden. Dus ik ben begonnen met een geintje. In plaats van een glas water had ik een gele mok van Nutricia staan. Ik begon door een er slok water uit te nemen; puur voor de show. Ik zei: ‘Ja, ik zie u kijken. Wat doet hij nu? Zit er chocomelk in of gewoon water? Bij hem had er ook stiekem jenever in kunnen zitten. Maar het gaat niet om de buitenkant van iemand, maar om wat er van binnen zit. En jullie kennen allemaal zijn buitenkantje wel, maar ik wil het vandaag hebben over wat er in hem leefde en waar hij mee bezig was.’ En toen heb ik onder andere het verhaal verteld van die Farizeeër en de tollenaar in de tempel. Het is alweer een jaar of vijf geleden, maar als ik die familie tegenkom, beginnen ze nóg over die dienst.”

Het verhaal van Ciska


Foto 4


Zijn persoonlijke aanpak komt heel duidelijk naar voren in het verhaal van Ciska, wat tevens een van zijn emotioneelste ervaringen is in zijn werk als uitvaartbegeleider. Naar eigen zeggen is hij toen heel diep gegaan. Op een dag werd hij gebeld door een vrouw die zei: “Immanuel, mijn naam is Ciska, ik ben vijfenzestig, ik ben terminaal ziek en ik wil mijn uitvaart regelen, want ik heb niemand.” Ze wilde graag afspreken in de aula van het uitvaartcentrum, wat Immanuel opmerkelijk vond, omdat het nou eenmaal niet de meest gangbare en gezelligste ruimte is voor een kennismaking. Tijdens dat eerste gesprek zei ze tegen Immanuel dat ze kanker had en dat ze daar blij om was, omdat ze op korte termijn een spuitje zou krijgen. Ze had er namelijk een waardeloos leven opzitten, zei ze en ze verwachtte dat het alleen maar beter kon worden. Immanuel wist niet wat hem overkwam. Hij zei tegen haar dat hij het nogal heftig vond, waarop ze antwoordde: “Ik ga niet veel vertellen, want daar heb je niets aan en ik wil niet zielig doen. Ik bén niet zielig, maar ik ben misbruikt door mijn vader en daarna misbruikt door mijn eerste man en door mijn tweede man. Ik leef sinds vijftien jaar als een kluizenaar, maar ik geniet van het leven hoor. Op mijn manier… Ik heb humor, sarcastisch weliswaar, en houd ervan om te lachen.” Immanuel vertelt me dat ze een spijkerjack droeg met een grote smiley achterop en dat ze elke dag haar rondje door het dorp fietste en dan langs de scholen ging om te tellen hoeveel glimlachen ze cadeau kreeg en dat ze dat noteerde op haar deur.

Ze ging verder en zei niet veel te willen: “Ik weet wanneer ik dood ga, want ik kies zelf de dag en het tijdstip uit. Ik kan nu nog zelfstandig douchen, dus dat doe ik dan van tevoren en dan kan ik mezelf nog aankleden en zelf een pamper aandoen. Dat hoef jij dus allemaal niet te regelen. Het enige wat jij moet doen is ervoor zorgen dat je op tijd bent en dat de kist klaar staat. Dan doe je me erin en verder hoeft er niets aan te gebeuren, want niemand ziet mij, dus kist op slot en zo snel mogelijk de oven in. Daarna mag je pas de kaarten naar mijn bekenden sturen.”

Immanuel voelde de pijn erachter en zocht naar een mogelijkheid om daar doorheen te komen. Hij zei tegen haar: “Dat is goed, maar wat moet er met jouw as gebeuren?”, waarop Ciska antwoordde: “Oh… dat flikker je maar bij het chemisch afval, want ik zit toch vol troep!” Dat raakte Immanuel dermate dat hij zei: “Nou Ciska, dat verrek ik! Dat ga ik echt niet doen.” Hij zei haar een heel ander idee te hebben waar hij wel haar toestemming voor nodig had: “Ik woon bij Het Johannabos in Voorthuizen met een uitgang vanuit mijn tuin het bos in. Elke dag laat ik daar mijn hondjes uit over een paadje waar bijna niemand komt. Het is daar een officieel uitstrooigebied van de Gemeente Barneveld. Heb ik jouw toestemming om daar jouw as uit te strooien, zodat ik je met regelmaat mijn glimlach cadeau kan doen?” Toen begon Ciska te huilen.

Ze heeft daarna nog drie maanden geleefd. In die periode hebben Immanuel en Ciska meer dan driehonderd e-mails met elkaar uitgewisseld en is hij zo’n tien keer bij haar op bezoek geweest. Toen Ciska wist wanneer de euthanasie zou plaatsvinden, belde ze Immanuel op en zei: “De datum is bekend, maar ik heb nog één vraag. Je mag ook gewoon ‘Nee’ zeggen. De euthanasie wordt gedaan door mijn huisarts. Die heeft het daar best moeilijk mee, want ze heeft het nog nooit gedaan en neemt haar assistente mee om haar te ondersteunen. Maar ik heb niemand die mij ondersteunt. Zou jij het zien zitten om er voor mij te zijn?” Immanuel antwoordde: “Wat vraag je me nou? Je hebt een hele slechte aan mij. Ik heb ooit een hond laten inslapen en toen zat ik al te janken. Dat wordt helemaal niks!” Ciska vroeg hem of hij er over na wilde denken. Na er letterlijk een nachtje over geslapen te hebben, kwam Immanuel tot de conclusie dat hij z’n leven lang spijt zou hebben als hij het niet zou doen, omdat er dan niemand voor haar was geweest.

Hij vond het wel een pittige ervaring. Van tevoren hebben ze samen nog gelachen. Hoewel ze door haar ervaringen niets van mannen moest hebben, zei ze vlak voordat ze het spuitje kreeg: “Ik wil nog even deze meneer een knuffel geven.”, waarop ze uit haar stoel kwam en ze elkaar stevig omhelsd hebben. Omdat er na afloop toch geen condoleance was, had ze het zo geregeld dat Immanuel, de huisarts en haar assistente met z’n drieën op haar kosten uit eten moesten, om zo met elkaar te kunnen napraten. Ze had een witte kist met een smiley erop en Immanuel had bedongen dat ze voor de crematie nog tweeënhalve dag bij hem thuis zou komen te staan en dat hij dan een kaarsje bij haar zou branden. De eerste dag dat ze bij hem opgebaard stond, kreeg Immanuel via de post een kaartje van haar met daarop de tekst ‘Hihi, mij vergeet je niet!’. Hij heeft haar samen met zijn schoonzoon naar het crematorium gebracht en hoewel het niet gebruikelijk is, stond hij erop dat hij daar de oven mocht bedienen. Hij moest dat gewoon doen voor zichzelf. Hij heeft haar ook zelf uitgestrooid. Toen alles achter de rug was, kwam Immanuel erachter dat Ciska, voordat de euthanasie plaatsvond, een referentie op zijn website had geplaatst:

Geen nabestaande dit keer, die hier een reactie neerschrijft. Het is even wennen, als er een vrolijk mens komt vragen haar afscheid te regelen. Maar... Immanuel is van alle markten thuis en gaat er gezellig in mee. Zo’n bijzonder Mens kom je niet vaak tegen. Oh, ik geloof, dat dat gevoel wederzijds is. Wat kunnen we samen lachen. Wat een mensenkennis. Binnen een klein uur had meneer door hoe ik in elkaar stak. Wat een prachtige rouwkaart is het geworden. Precies zoals ik ben. Niet te geloven, hoe druk hij het ook heeft... een mailtje met een kwinkslag kan er altijd nog wel bij. Op de valreep heb ik een maatje gevonden, die me helpt mezelf te blijven. Petje af! Iedereen heeft gelijk, je bent een Kanjer, een geweldig Mens, een Mens met liefde en respect voor anderen en het vak! Blijf zoals je bent, okay! En dank je wel voor die geweldige laatste Smile! Van mij krijg je 11!! SMILE Cisca

Cisca

“Ik zag het niet meer zitten om koelkasten te verkopen”


Foto 5


Dat Immanuel als uitvaartbegeleider ook regelmatig voorgaat in de rouwdienst heeft te maken met het feit dat hij in het verleden voorganger is geweest. We gaan terug in de tijd als ik hem vraag naar zijn voorgeschiedenis. Hij is in 1966 geboren en opgegroeid in een christelijk gezin, maar ging als puber zijn eigen weg. Als achttienjarige jongen kwam hij tot geloof in een tentenkamp van Opwekking in Vierhouten. Qua dagelijks leven leidde hij als jongeman een leven van ‘huisje-boompje-beestje’ en werkte hij bij Scheer & Foppen, waar hij het schopte tot bedrijfsleider. Toen hij een jaar of dertig was, kwam hij op een punt dat hij iets anders wilde met zijn leven, omdat hij besefte dat het leven wat hij leidde niet veel eeuwigheidswaarde had, zoals hij het zelf mooi verwoordt. Nadat hij ongeveer een jaar als koster werkzaam was geweest, ontmoette hij mensen uit Israël wat ertoe leidde dat hij in 2001 een Charismatische Messiaanse gemeente startte. Hij is zeven jaar lang voorganger geweest van deze gemeente, maar heeft toen vrijwillig zijn functie neergelegd, omdat zijn huwelijk op de klippen liep. Hij had vanuit zijn gemeente een zendingsorganisatie opgezet in India, waarvoor hij zijn werkzaamheden ook staakte.

Immanuel: “Ik had zoiets van ‘Ik heb een fout gemaakt en geen goed voorbeeld gegeven, dus ik moet even van het toneel verdwijnen.’ Ik heb dat zelf ook bij onze achterban bekend gemaakt. Dan kom je op een punt ‘Wat doe ik nu met mijn leven?’ Ik woonde toen in België en had inmiddels Marjolein ontmoet. Omdat mijn zoon uit mijn eerste huwelijk bij ons wilde wonen, maar niet in België, zijn we voor hem en mijn andere kinderen naar Nederland verhuisd. Ik zocht werk waarin ik geestelijk iets kwijt kon, want ik zag het niet meer zitten om koelkasten te verkopen, zoals ik vroeger had gedaan, want dat gaf mij geen vervulling.”

Tien jaar eerder was Immanuel al eens gevraagd om als uitvaartbegeleider te gaan werken, maar hij had toen zo zijn redenen om daar niet op in te gaan: “Mijn vader is verongelukt voordat ik geboren ben en vierenhalf jaar later is mijn broer verongelukt, wat ons gezin heel erg getekend heeft. Beiden zijn aangereden door iemand die teveel gedronken had. In die tijd vond men in Evangelische kringen dat zoiets niet kon, want dat overkwam een christen niet. Dan moest er geestelijk iets niet kloppen en was er vast wel sprake van een vervloeking van de duivel. Verder mocht je niet rouwen om de doden, wat zover ging dat alle foto’s van mijn vader en mijn broer uit ons huis verbannen werden. Toen ik een jaar of achttien was, kreeg ik bij ons in het dorp regelmatig te horen dat ik het evenbeeld van mijn vader was, maar ik wist niet eens hoe de beste man eruitzag! Dat heeft qua rouwproces de nodige dreunen opgeleverd. Ik had nooit geleerd om te rouwen en tien jaar geleden speelde dat allemaal weer op. Maar het ‘toeval’ wilde dat Marjolein en ik in Harderwijk kwamen te wonen, twee straten achter het uitvaartcentrum wat mij destijds benaderd had. Ik heb het een maand of drie volgehouden om daar elke dag met mijn hondje langs te lopen en toen ben ik een keer naar binnen gestapt. Ik was niet direct op zoek naar een baan, maar wilde toch wel eens ‘ruiken aan het vak’. Ik mocht in de weekenden en tijdens nachtdiensten meedraaien en ontdekte dat ik het bijzonder interessant vond. Omdat ik in mijn jeugd nooit heb mogen rouwen, ging ik door dit werk eindelijk ervaren wat voor emoties dat zijn. Ik heb toen een opleiding gedaan met als gevolg dat ik zo’n driekwart jaar later, in 2011, fulltime als uitvaartbegeleider in loondienst ging bij Monuta in Voorthuizen.”

De mensen waren Immanuel niet vergeten


Foto 6


Immanuel kwam er, al werkend, snel achter dat hij het op zijn eigen manier wilde doen. Daardoor werd hij in 2013 een van de eerste zelfstandige Monuta-franchisers. Hij heeft duidelijk een eigentijdse manier van werken en vindt het belangrijk om de mensen te benaderen zoals hij is. Hij wil graag laagdrempelig en informeel zijn, waarbij tijd en aandacht voor de mensen belangrijke pijlers zijn.

Toen begin 2018 zijn franchise-contract bij Monuta eindigde en duidelijk werd dat er met een nieuw contract heel wat dingen zouden gaan veranderen, besloot hij om zelfstandig verder te gaan. Vanwege een concurrentiebeding mocht hij echter een jaar lang niet actief zijn in de gemeente Barneveld. “Dat was heel zwaar.”, aldus Immanuel: “Ik ben zó verbonden met de families hier in de omgeving! Ik heb een paar keer aan een sterfbed gezeten, terwijl ik niet de uitvaart mocht regelen. Dat is echt verschrikkelijk!”

Sinds maart 2019 is hij als zelfstandig uitvaartondernemer terug in de gemeente Barneveld. De mensen waren Immanuel niet vergeten. Hoewel hij pas vanaf 1 maart reclame mocht maken, had hij die dag zijn eerste uitvaart en sindsdien heeft hij met zijn team bepaald niet stilgezeten. Hij heeft dat als een zegen ervaren, want hij vond het van tevoren best spannend hoe de mensen zouden reageren als hij na dat jaar weer terug zou keren. Hij legt uit waarom: “De markt raakt steeds meer verzadigd, omdat er behoorlijk wat uitvaartondernemers bijkomen. Dus ik wist niet of ik na een jaar afwezigheid nog zichtbaar zou zijn. De mensen hóeven tenslotte niet naar mij te komen en men denkt vaak ‘Ik ben verzekerd bij Monuta, dus daar moet ik ook mijn uitvaart regelen.’ Dat is natuurlijk niet zo, maar dat weten veel mensen niet.”

Hoewel het werkgebied van Livestro Uitvaartzorg behoorlijk groot is, bevindt de kern zich toch in en rond Voorthuizen en Barneveld. Het is een platte organisatie met korte lijnen. Immanuel is de uitvaartbegeleider en legt de contacten met de mensen en Marjolein doet de administratie en stuurt het team aan. Dat team bestaat uit drie uitvaart assistentes en daarnaast springen zijn dochter Naomi Koelewijn–Livestro en schoonzoon Peter Koelewijn ook bij zodra dat nodig is.

Immanuel: “Het team is, net als ik, altijd oproepbaar. Ik kom de eerste dag en neem de uitvaart aan. Dan kom ik de volgende dag om alles te bespreken, zoals de dienst en alle financiële zaken. Maar als iemand bijvoorbeeld thuis wordt opgebaard, moeten er iedere dag controles worden gedaan, moeten er kaarten worden gebracht, et cetera. Dat doen de dames of Peter. Ik kijk dan altijd wie van het team het beste bij de familie past en die is er de hele week voor de controles. De familie bouwt daar dan ook een band mee op, dus die persoon is ook aanwezig bij de uitvaart. Zo heeft de familie naast mij een tweede vertrouwenspersoon, wat hen de rust geeft die ze nodig hebben.”

Het jaar dat hij niet in de gemeente Barneveld mocht werken, noemt hij zijn Sabbatjaar. Samen met Marjolein is hij toen naar India gegaan om het zendingswerk op te pakken wat hij in 2008 noodgedwongen heeft moeten staken. Hij werd daar met open armen ontvangen en kreeg te horen dat ze hem als hun vader zien en dat ze al die jaren op hem gewacht hadden. Hij is er met veel passie weer ingedoken en steekt er behoorlijk wat vrije tijd in. Daarnaast wordt er van elke uitvaart tweeënhalf procent opzij gezet om de weduwen en wezen daar te sponsoren.

Voor meer info over het zendingswerk, kijk op: www.smg-ministries.org
En voor de uitvaartonderneming: www.livestro-uitvaartzorg.nl

Tekst: Leo Singor


Nawoord


Ik heb niet eerder zo’n lang interview gehouden voor een te schrijven artikel: bijna één uur en drie kwartier, met als gevolg dat het artikel veel langer is dan gemiddeld. Dat is het risico als je een niet alledaagse uitvaartondernemer laat vertellen wat hij dagelijks meemaakt. En als je als schrijver dan gegrepen wordt door zijn passie, is dit dus het resultaat.

Ik heb het met heel veel plezier gedaan en hoop dat een ieder het met net zoveel plezier gelezen heeft en lezen zal. Tijdens het schrijven heb ik een aantal keren gedacht: “Ik kan wel een boek schrijven over Immanuel!” Als ik alles uit het interview verwerkt had, was het artikel nog langer geworden.

Het verhaal van Ciska vond ik heel indrukwekkend! Maar Immanuel heeft me ook het verhaal van Hette verteld en dat is op een hele andere manier minstens zo indrukwekkend, maar ook nog eens heel bizar! Ik vond het te lang voor dit artikel, maar voor degene die er nog niet genoeg van heeft, heb ik hier de link van een verslag wat daarover in 2015 in de Barneveldse Krant heeft gestaan: https://barneveldsekrant.nl/lokaal/hette-mocht-niet-bestaan-eerherstel-voor-doodgemartelde-kleuter-65875
 
Het is absoluut een aanrader en als je dat gelezen hebt, kijk je met hele andere ogen naar de header; de brede foto bovenaan het artikel.

Christelijk Ondernemers Netwerk

Jan Piet
Directeur en oprichter

Gangboord 96
3823 TJ Amersfoort

033 - 20 89 006
info@co-netwerk. nl

Snel naar

Vragen?

Gangboord 96
3823 TJ Amersfoort
Tel 033-2089006

info@co-netwerk. nl
© 2019 Christelijk Ondernemers Netwerk  - Disclaimer - Website realisatie door Vanderperk Groep